Cobá

Cobá kan beschouwd worden als een van de oudste Maya-steden. Aan de oevers van de meren Lago Cobá en Lago Macanxoc werd de basis van Cobá gelegd, kort na het begin van onze jaartelling. Cobá groeide uit tot een van de machtigste en invloedrijkste Maya-steden. Rond 600 tot ongeveer 800 moet het een gerespecteerde stadstaat zijn geweest lang voor de hoogtijdagen van Chichén Itzá, Uxmal en Bonampak. Ook de bouwstijl is anders dan de gebruikelijke stijl in dit gebied. Er zijn duidelijke overeenkomsten met de Petén-bouwstijl uit Tikal en Palenque die in dezelfde periode op hun top waren. Ook hier zijn opgehoogde wegen (saché) gevonden die de piramide onderling verbonden een waarschijnlijk als processiewegen werden gebruikt. Onduidelijk is waar Cobá haar welvaart aan te danken had en wat de oorzaak is geweest van het verval erna. De stad werd niet verlaten en werd nog tot 1500 bewoond en bebouwd, maar de politieke invloed en rijkdom waren toen voorbij.

Aan het einde van een lange saché waarlangs stéles aan andere ruines staan ligt de de groep van de Tempelpiramide Nohoch-Mul (ook Castillo genoemd). Dit is met 42 meter hoogte de een na hoogste piramide van het schiereiland Yucatan. Het is nog maar nauwelijks van zijn overwoekerende plantengroei ontdaan, maar de blootgelegde voorkant met een 100 treden hoge trap is zeer imponerend. De tempel bovenop de piramide is in de nadagen van Cobá gebouwd wat uit de sobere stijl is af te leidden, terwijl de piramide zelf uit de topjaren van Cobá stamt. Naast deze piramide ligt er in een andere groep (groep Cobá) een 24m hoge tempelpiramide die men "de Kerk" noemt. Ook hiervan is alleen de voorkant blootgelegd en grotendeels gereconstrueerd. Ook hieronder ligt een oudere piramide die door het verval nu zichtbaar is geworden. De andere groep van betekenis is de groep "la Pinturas" wat wandschildering betekent. In complex uit de postklassieke periode staat een kleine tempel op een vrij lage piramide met wandschilderingen op de binnen- en buitenmuren